De Eendracht

TONEELKRING DE EENDRACHT OVERBOELARE

 

Van de beginfase van De Eendracht is weinig op schrift gezet. Mondeling navragen leerde dat de toneelkring ontstaan zou zijn na de Tweede Wereldoorlog. De leden werden gerekruteerd uit de vroegere jeugdgroep “De Katholieke Jonge Wacht”.

 

Zoals veel toneelkringen kende De Eendracht heel wat ups en downs. Doordat er zo weinig schriftelijke registraties bestaan moet ik mij voorlopig beperken tot een aantal indrukken van die eerste bestaansjaren. Waarschijnlijk is er een vrij constante werking geweest tot in de jaren zeventig, met twee producties per jaar. Twee generaties hebben mekaar – denk ik – vrij goed afgelost. De affiniteit met het sociale leven in de parochie was groot. Het was uiteraard de goede tijd voor het verenigingsleven: de televisie begon pas aan haar opmars. Bijna iedereen was lid van één of meer verenigingen. Er was veel jeugd, de aflossing was verzekerd. De mensen waren honkvaster dan nu. De behoeften waren bescheidener. De oude gildezaal was het toneel van de meeste activiteiten. Een aantal lokale bekende figuren vindt men ook hier terug. Amusante anekdoten uit deze periode zijn in de herinnering van de ouderen gebleven. Veel van die bekende Overboelarenaars zijn intussen overleden of te oud om nog actief te zijn. Ik neem me voor te proberen hier en daar iets te redden voor de “petite histoire” van de toneelkring.

Wij vinden een eerste hiaat in de producties tussen 70 en 84. Het hoofdstuk “Gildezaal” was intussen afgesloten, met de bouw van het Parochiaal Centrum. Een aantal oude getrouwen hebben toen – mede onder impuls van toenmalig onderpastoor D’Haenens – nieuw leven ingeblazen in De Eendracht. Een aantal twintigers en dertigers (waaronder ik) werden aangesproken. In 1984 werd de eerste productie van een nieuwe reeks gebracht: “Het lijk is zoek” van C.R. Dyer. Er waren veel spelers en ereleden en er mag worden gesproken van een echte bloeiperiode. Spijtig genoeg duurde die niet lang. In 86 stapte een groep acteurs uit De Eendracht, na onenigheid met regisseur en bestuur. Tot in 1989 konden nog twee producties per seizoen worden verzorgd. De productie van “De mirakelmakers” van Roger Pieters was een echt succes, financieel en qua publieke belangstelling. Dan ineens, na dat succes verloochende De Eendracht haar naam en stopte haar werking in een pijnlijke ruzie. In een ultieme poging om het tij te keren heb ik toegestemd om voorzitter te worden., tevergeefs, want de bruggen waren opgeblazen. Ik bleef achter met een kater en de zorg over de (gezonde) kas.

Over de periode tussen maart 89 en 1995 kan ik kort zijn. Met een minimale groep werd nog eenmaal geprobeerd (1990?) een productie op te starten doch het project diende gestopt wegens allerhande tegenslagen en tegenwerking. Persoonlijk speelde ik daarna verder in een andere toneelkring.

Na de benoeming van pastoor Luc Pirrong.werd mij gevraagd lid te worden van de Parochieploeg. Eén van de doelstellingen was de bevordering van de parochiale samenhang. In december 94 stuitte ik toevallig op een aantal oude foto’s  van mijn vader, in illo tempore ook spelend lid van De Eendracht, tijdens de opvoering van “En waar de ster bleef stille staan…”. Ik kende het stuk van het Mechels Miniatuurtheater, waar het lange jaren werd gespeeld, met wijlen Mandus De Vos als Pitje Vogel. Ik bedacht dat het toch mogelijk moest zijn, met een minimaal aantal goede acteurs en een schare figuranten, gerekruteerd uit de parochiale verenigingen, er een ware parochiale happening van te maken. Toen ik dat project, enigszins aarzelend naar voor bracht kreeg dit onmiddellijk bijval. De opbrengst zou ten goede komen aan de kerk, waarvoor net nieuwe stoelen waren aangekocht. Een herleving van De Eendracht werd ingecalculeerd, doch was niet het primaire doel.

Het werd een uiterst vermoeiende doch deugddoende ervaring. Eerst zou het stuk geregisseerd worden door Vic De Boe, de vroegere huisregisseur van De Eendracht, doch die haakte vrij vroeg af. Nelly De Bruyne had, via Anja Broodcoorens laten weten, dat ze wilde meewerken, als speler en als regisseur. Zij nam de regie over, met zeer goed gevolg. Toen ook Jan van de Pontseele de groep vervoegde, en de andere verenigingen vrij vlot hun medewerking toezegden, begon een periode waaraan iedereen die er bij betrokken was, nog steeds met plezier en enige weemoed aan terugdenkt. Die solidariteit en inzet zullen nog weinig worden geëvenaard.

Na “de Sterre” zei iedereen dat we niet mochten stoppen na zo’n goed geslaagd project…

Niet zonder aarzeling hebben we dan maar De Eendracht tot nieuw leven gewekt. De volgende opvoering, “Kleine lieden, vrome zielen…” van René Gybels, was financieel en qua opkomst zeer goed geslaagd. De sfeer van “De Sterre” kwam niet meer terug, zelfs al waren veel medewerkers dezelfde. Er vielen ook enkele serieuze tegenslagen te verwerken: een enkelbreuk van Lieve Vereecken, een voetbreuk van Nelly De Bruyne (op de scène nota bene ) en een hartaanval, gelukkig niet dodelijk van Marc Vandepoele.

Nu zijn we dus aan de derde productie van de hernieuwde Eendracht. Deze is nogmaals ten voordele van het Parochiaal Centrum. Onze productie 98 gaan we voor eigen rekening brengen.

Aan De Eendracht valt nog veel te werken. In vrijwel alle geledingen zouden nog mensen moeten bijkomen. De pasverkozen bestuursploeg weet in elk geval wat gedaan, de volgende jaren

Christ De Roy

voorzitter De Eendracht

30/11/97