Historiek

Historiek van het Parochiaal Centrum St Aldegonde van Overboelare.

 

Prille begin

 

Reeds van in de jaren 1900 werd bovenop de klassen van de kloosterschool een zaal opgetrokken, die later “Gildezaal“ werd genoemd. Ze werd gefinancierd met geld dat door de parochianen zelf werd opgehaald. De moeder overste van het klooster kreeg het beheer van de zaal toevertrouwd

Even herinneren aan het feit dat ook het klooster zelf werd opgericht met de steun van de parochianen die de nodige bakstenen aangekocht hebben, waarschijnlijk in de jaren na 1894.

Nog een vermeldenswaardige gebeurtenis is het versturen – in de jaren 1960 – van een brief gericht aan de bisschop van Gent, om de toestemming te vragen of er op de feesten, ingericht door de parochiale verenigingen, mocht gedanst worden, gezien het feit dat de jeugd graag danste en daardoor misschien gemakkelijker zouden aansluiten bij een of andere vereniging van de parochiegemeenschap.

Om alles in goede banen te leiden werd op 1 april 1969 (geen aprilgrap!) een bestuur opgericht. Dit bestuur legde op 1 april een aantal krijtlijnen vast, waarmee het van start wou gaan: een reglement tot regeling van het gebruik van de zaal door de verenigingen  werd goedgekeurd.

Er werd ook een bestuur gekozen, dat als volgt was samengesteld:

Voorzitter : Eerwaarde heer Pastoor

Ondervoorzitter : E.H. Onderpastoor

Secretaris : Cauchie Gaston

Kassier : Van  der Heyden Julien

Verantwoordelijke barhouder : Heylebosch Romain

Leden : Haelterman Marie-Louise, Wayenberg Omer, Goemaere Richard.

Het bestuur moest jaarlijks verslag uitbrengen aan de beheerraad van de Parochiale Werken Overboelare.  Het moest ook zorgen dat de rekeningen tijdig betaald werden, maar ook dat de Gildezaal onderhouden werd.

De Buizemont werd intussen niet vergeten en onder de auspiciën van de Parochiale Werken van Overboelare werden de Kerk van de Buizemont en de parochiezaal onder de kerk opgetrokken. Ook deze projecten werden uitgevoerd door de samenwerking van de ganse parochiegemeenschap. Het was de tijd van de zogenaamde “Denderfeesten”, de papierslagen en ook steunkaarten, verkocht ten voordele van deze inrichtingen.

 

Stichting van de VZW Parochiale Werken St Aldegondis van Overboelare.

Op 10 januari 1978 werd een nieuwe vzw opgericht met als leden de parochiepriesters van de dekenij Geraardsbergen, die toen nog talrijk waren.

Voorzitter : E H Vindevoghel pastoor-deken

Ondervoorzitter: E H De Witte vroeger pastoor van Overboelare

Leden : E H Backaert Michel en E H D’Haenens Willy, reapectievelijk pastoor en onderpastoor van de parochie Overboelare

In deze periode kwam een einde aan de bloeitijd van het klooster: het aantal kloosterzusters was sterk verminderd. Zij die overbleven werden ouder en konden steeds minder taken op zich nemen. De kloosterorde besloot om de vestiging in Overboelare te sluiten en de resterende zusters kregen een andere verblijfplaats toegewezen door het bestuur van hun orde.

De klassen werden in volle eigendom toegewezen aan het St Catharinacollege van Geraardsbergen, met inbegrip van de Gildezaal.

Het eigenlijke klooster met de tuin en de zogenaamde “Menagère” – de huishoudschool –  en het kleuterschooltje op de wijk Planken werden in eigendom gegeven aan de VZW Parochiale Werken St Aldegondis.

Het werd een drukke tijd met veel vergaderingen. De eerste na de schenking werd gehouden op 13 december 1978. Alle verenigingen die kandidaat waren voor een stek in het nieuwe Parochiaal Centrum dienden zich aan te melden met hun vragen en wensen. Merk op dat nie gesproken wordt van een parochiezaal maar van een “centrum”. Dit wijst op de ambities van de oprichters. De invloed van de katholieke zuil was in die tijd nog zeer groot en het aantal bloeiende parochiale verenigingen was navenant.

Op woensdag 17 januari 1979 werden al die verzuchtingen besproken in een Algemene Vergadering. Een eerste grondplan werd voorgelegd, om iedereen een inzicht te geven van de beschikbare ruimte.

Er was reeds lang nood aan een gemakkelijk toegankelijke zaal; de vertrouwde Gildezaal beantwoordde niet meer aan de moderne normen van veiligheid en toegankelijkheid. Het moest een zaal zijn zonder trap, groot genoeg om koffietafels (gepensioneerden, begrafenissen) en feestelijkheden mogelijk te maken ( ACW, St Cecilia, CM, CVP, CHIRO). Verder lokalen voor bestuursvergaderingen, uitbetaling (CM),Jeugdgroepen; niet te vergeten het opbergen van materiaal eigen aan de verenigingen (KAV, Chiro, Processie, Archief, enz.). Er werd ook gedacht aan een bibliotheek en kleinschalige culturele activiteiten. Die bibliotheek bestond al, maar kreeg een ruimere behuizing toegewezen in wat nu de hobbyzaal wordt genoemd. De bibliotheek ging na de fusie van de gemeenten op in een groter geheel: de stadsbibliotheek.

Uit erkentelijkheid en dankbaarheid worden hierna een aantal namen genoemd van de werkers van het eerste uur, waarvan velen niet meer onder ons zijn. Onze dankbaarheid gaat vanzelfsprekend ook uit naar de vele anonieme helpende handen, die misschien iets minder in de kijker liepen maar wiens bijdragen evenzeer broodnodig waren!

E.H Pastoor Backaert, E H Onderpastoor D’Haenens, Jules Borremans, Richard Goemaere, R. Pevenage, Lucienne Van Mello, DenisVan Trimpont, Gisèle De Vos G, Fostier g, Rudy Frederic, Remi Limbourg, Gaston Cauchie, Maria Coppens, Gustaaf Flamant, Julien Van der Heyden, Lucien Van Lierde en Lodewijk Hordies….

De grond en een deel van de gebouwen werden, zoals eerder vermeld, verkregen via schenking. Maar de oprichters werden geconfronteerd met het probleem van de financiering van de bouw en de inrichting van de nieuwe zaal en de integratie van de oude lokalen. Wij, latere generaties en gebruikers van de zaal brengen groot respect op voor de enorme inspanningen die werden gedaan en de grote creativiteit bij het bedenken van oplossingen: uitgifte van obligaties op 10 jaar, antiekmarkten, eetfestijnen, centrumfeesten en occasionele verhuringen, papierinzamelingen en dergelijke meer.

 

Bij de bouw hielpen vele vrijwilligers, teveel om op te noemen. Ook hier werd een grote creativiteit aan de dag gelegd bij het verkrijgen van materialen: recupereren van stenen van de oude kloostermuur, bruikbare materialen uit afbraak- en renovatiewerken, tot zelfs uit gebouwen van de toenmalige EG (Europese Gemeenschap), nu EU (Europese Unie), tot zelfs regelrechte bedelacties bij goedmenende lokale firma’s en toekomstige leveranciers, bijvoorbeeld de brouwerijen.

 

Vandaag

 

Intussen zijn we (2018!) 40 jaar verder. De grote zaal heeft enkele jaren geleden een nieuw dak gekregen. De verwarmingsinstallatie is volledig vernieuwd. De verlichtingsinstallatie is recent ook grondig onder handen genomen. Een deel van het meubilair is vervangen. We kregen van de drankenleverancier HLS faciliteiten voor de installatie van een nieuwe koelinstallatie voor dranken in de zaal.

 

Het huidige bestuur probeert met de beschikbare middelen de zaal in goede toestand te houden. De maatschappij is intussen drastisch veranderd. De katholieke zuil is er misschien nog, maar zeker niet meer zo sterk als 40 jaar geleden. De normen qua veiligheid en hygiëne worden almaar strenger. Ook de wensen van de gebruikers zijn geëvolueerd. Vrijwilligers zijn steeds moeilijker te vinden, zeker mensen die zich structureel en voor langere tijd willen inzetten. Wij willen dan ook deze historiek eindigen met een warme oproep aan mensen die zich voor het Parochiaal Centrum interesseren en zich willen inzetten om er voor te zorgen dat de dienstverlening naar de gebruikers nog lang kan worden voortgezet.